Multithumb found errors on this page:

Could not create image: /home/deb18457/domains/inspirell.nl/public_html/adfo/cache/multithumb_thumbs/b_0_0_0_00_images_adfo_geneeskunde_geneeskunde_model-100px.png. Check if you have write permissions in /home/deb18457/domains/inspirell.nl/public_html/adfo/cache/multihumb_thumbs/

geneeskundig modelHet medisch model, dat is gebaseerd op de natuurwetenschappen, lijkt gevangen in een 19e eeuws wereldbeeld dat in de 21e eeuw misschien wel ouderwets en achterhaald genoemd kan worden. Een aantal tekortkomingen in de huidige tijd kunnen mijns inziens hieruit verklaard worden.

 


wat mij eerst van het hart moet
Mijn kritiek op de medische wetenschap geldt het instituut en de medici die dit ondersteunen en in stand houden. Ik weet echter ook dat er vele artsen zijn die vanuit hun betrokkenheid en liefde voor de mensheid in staat zijn een waarlijk humane uitoefening te geven van het beroep, zelfs op de meest technologische plekken in de gezondheidszorg. Zij zijn de juwelen van het beroep. Ook zijn er overal verspreid artsen die, meestal ongemerkt, gebruikmaken van een 6e zintuig. Aan hen kan de patiënt zich met een gerust hart  toevertrouwen.
Er zijn ook veel artsen die wel degelijk open staan voor andere zienswijzen, psychotherapeutische inzichten toepassen of opgeleid zijn in een alternatieve geneeswijze. Deze collega's hebben mijn respect en bewondering. Ik wil hen absoluut niet tekort doen en hen dus niet over één kam scheren met de beroepsgenoten die ik in dit hoofdstuk in beeld breng.

In mijn schrijfwijze maak ik geen onderscheid tussen mannen en vrouwen. Iedere keer in de 3e persoon enkelvoud schrijven met hij/zij en hem/haar vind ik zelf erg storend. De tekst gaat over de geneeskunde als beroep en instituut en niet over de persoonlijke uitoefening van het beroep. Zodoende is mijn keuze gevallen om het geslacht van het zelfstandig naamwoord aan te houden.


natuurwetenschap
Het medisch model, dat is gebaseerd op de natuurwetenschappen, lijkt gevangen in een 19e eeuws wereldbeeld dat in de 21e eeuw misschien wel ouderwets en achterhaald genoemd kan worden. Een aantal tekortkomingen in de huidige tijd kunnen mijns inziens hieruit verklaard worden. Bepalende elementen in een medisch model zijn: de kijk op mens, lichaam, op ziekte en gezondheid. De medische kijk op wetenschapsbeoefening en bewijsvoering lijkt diverse ontwikkelingen op dit gebied niet erg in de armen gesloten te hebben.


de kunst van het kijken
Een denkraam bepaalt hoe je kijkt en wat je ziet. Opleidingen vullen onze hoofden met feitenkennis waarmee we ons denkraam opbouwen. Het wordt de bril waardoorheen we de wereld gaan bekijken. Wat binnen je gezichtsveld valt, zie je en wat erbuiten valt zie je niet. Wat je ziet, onderzoek je en kan je leren kennen. Wat je niet ziet, onderzoek je niet en zal je niet leren kennen. Het denkraam van de medische wetenschap biedt een gezichtsveld met zicht op materie en mechanica en probeert hiermee de hele mens te lijf te gaan.


materie en mechanica
Het wereldbeeld in de 19e eeuw was een kind van de Verlichting uit de 17e en 18e eeuw. De grote denkers (Descartes was de beroemdste) hadden de ratio, ons verstand, ontdekt en schreven hier grootse vermogens aan toe. Maar hier is nogal wat aan vooraf gegaan.

van God los
Onder aanvoering van astronomen, wiskundigen en natuurkundigen had de wetenschap zich los geworsteld van de Kerk. Religie was onttroond en een geloof geworden. God's rol was uitgespeeld als de grote veroorzaker en oplosser van alle dingen. Alles wat "van geest" was moest het veld ruimen en werd het domein van theologen en filosofen. Alle hoop richtte zich nu op kennis en het was nu de wetenschap die de wereld dicteerde wat werkelijkheid was en hoe dat er uit zag.

wetenschap en werkelijkheid
In de wetenschapswereld van de 19e eeuw liep de natuurkunde voorop met het model van de wereld als een verzameling dingen die eigenschappen hadden en aan wetten gehoorzaamden. Alles wat (zintuiglijk) waargenomen en gemeten kon worden, kreeg recht op bestaan. De wetenschap dook in de materie en nam de wereld in bezit. Alle dingen waren samengesteld uit massa en daarvan kon je eigenschappen vaststellen (gewicht, afmeting, volume, structuur, kleur, etc.). Al hun bewegingen gehoorzaamden aan wetten (mechanica). Alle dingen stonden in een lijnrecht (logisch) verband tot elkaar, als oorzaak en gevolg (causaliteit). De wetenschappers keken met natuurwetenschappelijke ogen naar de wereld en namen haar de maat op. De grote opmars van kennis was begonnen. De wereld werd blootgelegd met de verwachting dat, wanneer alles op zijn plek lag en de materie doorgrond was, zij onder controle gebracht kon worden. De weg naar een maakbare wereld was ingeslagen.
Deze natuurwetenschappelijke zienswijze maakte de weg vrij voor de biologie en de scheikunde. In dit gezelschap profileerde de geneeskunde zich tot een wetenschappelijke status. Bekrachtigd door de "wet op de uitoefening van de geneeskunst" in 1865 werd de natuurwetenschappelijke geneeskunde de enig toegestane geneeswijze.


meten is weten
Voor de natuurwetenschappelijke invalshoek is het lichaam het voornaamste objectiveerbare aspect van de mens. Aan het lichaam kan je veel dingen meten die je bovendien kunt vertalen in hoeveelheden (kwantificeren). In ieder lichaam, onafhankelijk van de persoon, zitten dezelfde ingrediënten, zoals organen, weefsels, cellen, eiwitten en mineralen, om maar wat te noemen. Dit kan je allemaal onderzoeken op eigenschappen en omzetten in aantallen. Gevoelens en gedachten zijn persoonlijk (subjectief) en verschillen van mens tot mens, ze zijn dus veel lastiger te kwantificeren.
Als ijkpunt (normaalwaarden) gebruikt de medische wetenschap de eigenschappen en hoeveelheden zoals deze voorkomen in de meeste niet-zieke lichamen Als hoeveelheden van een chemische stof of van een celsoort hiervan afwijken, dan levert dat een maat voor ziekte.
De medische wetenschap heeft zich gedurende de 20e eeuw volledig verankerd in de materie en binnen dit kader wordt alle medische kennis opgebouwd. Wat "er nog meer is" wordt niet als medisch terrein beschouwd wat in de dagelijkse praktijk nog wel eens als een blinde vlek werkt.


medische kijk op de mens
De wetenschappelijke beoefening van de geneeskunde bestond en bestaat nog steeds uit het opbouwen van kennis volgens het natuurwetenschappelijke denkraam. Geest en lichaam werden gescheiden en het lichaam werd het domein van de geneeskunde. Alles wat niet lichamelijk was, werd het domein van de psychiatrie en psychologie en zou pas in de 20e eeuw meer vorm krijgen.

Voor de bouw en de bewegingen van het lichaam, gebruikt de geneeskunde het model van een (bio)machine. Voor het functioneren van het lichaam gebruikt men het model van een (bio)chemische fabriek. Dit is waar de medicus naar kijkt bij een patiënt, waarbinnen hij zoekt naar een diagnose en waarop de behandeling wordt ingezet.
Voor de medische wetenschap is de patiënt vooral een lichaam, niet meer dan een verzameling organen en weefsels die een samenhangend, functionerend systeem vormen met behulp van chemische stoffen. Als hierin geen afwijkingen gevonden worden, hebben we ofwel geen ziekte ofwel worden we verwezen naar een psychiater. Als de medicus wèl een afwijking in ons lichaam vindt, zal hij deze bestrijden met medicamenten of corrigeren met chirurgie (symptoombestrijding).
Iedereen beleeft zichzelf als méér dan zijn lichaam en ìs dat ook. Lichaam en geest zijn ongelooflijk nauw met elkaar verweven in de mens, maar in de reguliere opvatting worden ze als twee afzonderlijke onderdelen benaderd en behandeld.

De medische wetenschap onderkent wèl dat geest en lichaam elkaar beïnvloeden, maar met het kennisgehalte van deze wisselwerking en uitwisseling is het bedroevend gesteld, om over de behandelmogelijkheden maar te zwijgen. De materialisten binnen de medische wetenschap gaan er zelfs van uit dat het bewustzijn een product is van de hersenen.
Geleid door dit mensbeeld heeft de geneeskunde zich geprofessionaliseerd op een vrij laat traject in het ziekteproces en lijkt een positie als eindstation het meest passend. Pas als er verstoring of schade is op lichaamsniveau kan het in actie komen. Het traject dat hieraan vooraf gaat, valt buiten het gezichtsveld van de medische wetenschap. Veel alternatieve geneeswijzen kunnen hier wèl behandeling bieden. Hierover zal ik iets meer schrijven in "Alternatieven in de Aanbieding".


met objectieve ogen
Het natuurwetenschappelijke denkraam dwingt de beoefenaar tot een objectieve blik op de wereld. Bij alles wat je onderzoekt moet je het persoonlijke element buitensluiten. Alle dingen moet je "op zichzelf" laten om de zuiverheid van de kennis te bewaren. Je mag als persoon er geen relatie mee aangaan en geen invloed hebben op je 'voorwerp' van onderzoek. Het gebruik van technische instrumenten wordt betrouwbaarder geacht dan de eigen zintuigen. Dit zijn een aantal voorwaarden waaraan het wetenschappelijk verzamelen van medische kennis voldoet.

kennis uit lijken en laboratoria
Alles wat uit materie bestaat, kan je uit elkaar halen om te kijken wat er in zit. Niet alle dingen kan je daarna weer in de oorspronkelijke toestand herstellen, zeker niet de levende dingen. Het lichaam leent zich beter dan de geest voor natuurwetenschappelijk onderzoek en de geneeskunde heeft dan ook veel kennis verzameld over de bouw en functie. Levende lichamen kan je niet uit elkaar halen, maar je kan er wel veel uit halen om in een laboratorium nader te onderzoeken en lijken kan je wel ontleden. Met dieren en mensen kan je experimenteren, maar een aanzienlijke portie kennis komt toch uit dood materiaal.

zuiver op de graad, maar zonder ziel
Alles wat je uit het lichaam haalt, levert wel informatie op, maar het is niet hetzelfde meer als toen het zich nog in het lichaam bevond. Buiten het lichaam sterft levend materiaal en dat verandert iets aan de eigenschappen. Voor de medische wetenschap is dood en leven, in dit opzicht, één pot nat. Ook houdt de medische wetenschap geen rekening met de innige verwevenheid van lichaam en ziel. Iedereen weet dat elke persoon, inclusief zijn lichaam, anders reageert op de buitenwereld. De wetenschap noemt dit een variatie. Het medisch onderzoek richt zich op algemene overeenkomsten en laat individuele variaties buiten beschouwing. Wij hebben echter niet een lichaam, het is ons lichaam. Elke vezel, elke cel bewonen we met onze persoonlijkheid (onze ziel, zo je wilt). Er is geen medische kennis beschikbaar over het bezielde lichaam. Het valt buiten het bestek van het medisch onderzoek, omdat het niet past binnen het medisch denkraam.

objectiviteit maakt afstandelijk
Omdat ons lichaam het enige terrein is waarop de geneeskunde zich oriënteert, kijkt en redeneert de medicus ook in termen van biochemie en biomechanica. Bovendien ziet de medicus ziekte en gezondheid als iets dat materieel van aard is. In de gezondheidszorg ondervinden patiënten dit aan den lijve wat soms aanleiding is tot ergernis en verdriet. De objectieve houding van de medicus leidt niet zelden tot een afstandelijkheid in het contact met de patiënt. Ook zijn er veel methoden en middelen om medische informatie te verkrijgen die een belasting voor de patiënt vormen, variërend van stressvol tot traumatisch.
Soms vervaagt de grens en glijdt de objectieve benadering af tot een wrede behandeling. De mensonterende voorbeelden in oorlogstijd en de medische experimenten op militairen en gevangenen zijn te afschuwelijk voor woorden, zodat ik hier niet over wil schrijven.


ratio en rechtlijnigheid
In de geneeskunde wordt, het natuurwetenschappelijk model getrouw, een rationele benadering toegepast. Het betekent dat het logische verstand de voorrang geniet in de beroepsuitoefening. De arts mag wel een vriendelijk en aardig mens zijn, maar als hij doktert, moet hij zijn gevoelens en intuïtie buiten de deur laten. Het medisch denken werkt met behulp van de logica conform het natuurwetenschappelijke denkbeeld: de wereld bestaat uit een ontelbaar aantal factoren (eenheden) die elkaar beïnvloeden. De aard van hun samenhang kan je beschrijven als wisselwerking, samenwerking, inwerking, uitwerking, ed. Tussen oorzaak en gevolg loopt een rechte lijn (lineair verband). Bij ziekte wordt altijd naar de boosdoener gezocht, omdat het uitschakelen hiervan de hoofdlijn in de geneeskundige behandeling is. Infectieziekten vormen het schoolvoorbeeld. In het hoofdstuk "In de ban van Infectieziekten" ga ik hier uitgebreid op in.

symptomen en signalen
Bij veel ziekten zie je echter een complex van factoren. De geneeskunde zal ze proberen uit elkaar te halen en te verdelen in hoofd- en bijzaken (analyse). Zonder hoofdschuldige kan er geen behandeling zijn. De praktijk is doorgaans minder eenvoudig. In aanwezigheid van dezelfde ziektefactoren wordt de één wel ziek en een ander niet. Soms zijn er niet eens ziektefactoren aan te wijzen en voelt iemand zich toch ziek (met soms zelfs afwijkingen). Dit is de categorie "vage klachten". Ze zijn niet vaag voor de patiënt, maar vaag voor de medicus, omdat ze niet in een herkenbaar ziektebeeld passen. Daarmee gaat een deel van de signaalfunctie verloren. Symptomen zijn altijd signalen, maar ze zijn niet altijd van lichamelijke aard of oorsprong. Zie meer hier over in "Alternatieven in de Aanbieding".

Symptomen kunnen ook optreden als effect van een behandeling en een aanleiding kunnen vormen tot een evaluatie van die behandeling. Ook deze signaalfunctie wordt meermalen over het hoofd gezien. Te denken valt hierbij aan de effecten van narcose, waarbij de patiënt zich lange tijd (of voor altijd) niet meer "de oude" voelt. Een sluimerende dementie die na een narcose versneld verslechtert. Verstoringen die elders in het lichaam optreden na een bestraling. Binnen het medisch model vallen deze symptomen buiten de boot en de patiënt komt op een pad dat kronkelt van de ene specialist naar de andere. Veel mensen gaan er trouwens niet eens mee naar de dokter in de verwachting dat er toch niets aan te doen is.


praktijk en protocol
Een kleine toelichting op de werkwijze van de arts in de spreekkamer is hier misschien wel op zijn plaats, omdat het inzicht geeft in de denkstappen bij het stellen van een diagnose en het bepalen van een behandeling. De arts heeft het in een vaste volgorde geleerd en wordt geacht dit protocol uit te voeren.

Wanneer een patiënt de arts bezoekt, zal de arts de 'relevante' informatie selecteren uit het klachtenverhaal (anamnese) en dit proberen te vertalen in een ziektebeeld. Hierbij moet de arts vaststellen of de ziekteverschijnselen (symptomen) bij dít of misschien bij dát ziektebeeld horen (differentiaal diagnostiek). Het kan zijn dat hiervoor nader onderzoek nodig is. Als het juiste ziektebeeld is vastgesteld (diagnose), dan gaat de arts de bijbehorende behandeling uitzoeken en dit voorleggen aan de patiënt (therapie). Zodra de behandeling gestart is, blijft de arts het verloop volgen tot aan de genezing. Het kan ook gebeuren dat de behandeling moet worden bijgesteld (evaluatie). In de praktijk zijn deze stappen niet altijd herkenbaar en worden ze ook niet altijd toegepast (soms is dit ook niet nodig). Of er een diagnose komt, hangt echter af van de kennis van de arts. In de opleiding leert de arts een groot aantal ziektebeelden, hun bijbehorende symptomen en afwijkingen in het lichaam. Voor zijn kennis is de arts afhankelijk van de medische wetenschap, die bepaalt welke ziektebeelden de toets der kritiek hebben weerstaan. Als je een ziektebeeld vertoont dat buiten het boekje valt, dan is de arts hulpeloos.


gezondheid in de geneeskunde
De natuurwetenschappelijke benadering levert een medische kennis over gezondheid op die vooral getalsmatig (kwantitatief) is en bovendien algemeen van aard (collectief). Gezondheid is geen kwalitatief, maar een statistisch begrip: wat bij de meeste mensen voorkomt wordt als maat voor gezondheid gebruikt (normaalwaarde). Er is wel enige nuancering aangebracht door mensen in groepen te verdelen, bv. naar ras, geslacht, klimaat, ed. Het blijft echter bij een globaal beeld. In de medische praktijk werkt men dan ook vanuit het idee "als je niet ziek bent, ben je gezond".

geen parameters voor preventie
Preventie, als behoud en bevordering van gezondheid (ook wel positieve preventie genoemd) kan niet echt vormgegeven worden. De medische wetenschap is gespecialiseerd in afwijkingen en voert preventie dan ook voornamelijk uit in de vorm van vroegdiagnostiek: het opsporen van afwijkingen nog voordat je je ziek voelt. Dit brengt zo zijn eigen problemen met zich mee, waarvan de "vals positief" voor veel angstige spanning zorgt. Vaccinatie is de enige vorm van preventie die de gezondheid probeert te ondersteunen door ons afweerstelsel klaar te stomen voordat de ziekteverwekker zijn intrede doet. Het idee lijkt  zinvol, maar de toepassing is ook afhankelijk van de vaccinproductiemethode (zie het hoofdstuk "In de ban van Infectieziekten"). Voor het overige wordt preventie toegepast in de vorm van voorlichting, maar dit is een zelfstandige professie buiten de geneeskunde om.

van persoon naar patiënt
Een ander effect van de kwantitatieve benadering is het onpersoonlijke karakter. Door het ontbreken van kennis over het persoonlijke lichaam kan de medische wetenschap slechts een algemene, voor iedereen geldende behandeling aanbieden. De geneeskunde richt zich op ziekte en gezondheid als onpersoonlijke toestanden. In de praktijk is er echter ook sprake van een ziektebeleving en een ziek-zijn. Ieder persoon meet dit af aan wat voor hèm normaal voelt, wat hij van zichzelf gewend is en zoals hij zichzelf herkent. Elke persoon reageert met lichaam en ziel op zijn eigen, ongeëvenaarde wijze en zoekt zijn eigen unieke evenwicht en weg naar genezing. In het medisch model zijn geen persoonlijke eigenaardigheden opgenomen. In een overvolle gezondheidszorg wordt de patiënt voor de objectief kijkende medicus makkelijk een nummer en is er geen ruimte voor een persoonlijk toegespitste benadering of behandeling.


medische wetenschap: methoden en maatstaven
De natuurwetenschappelijke insteek heeft in de loop van de tijd de wetenschapsbeoefening flink aan banden gelegd. Het onderwerp, de opzet, de gehanteerde methode, de gebruikte middelen en de statistische berekeningen, alle stappen moeten aan stevige voorwaarden voldoen. Dat is gedaan om de zorgvuldigheid te garanderen, maar het is de vraag of dit keurslijf voldoende ruimte geeft om te ademen.
Van nature begint wetenschappelijk onderzoek bij verwondering. Je wilt er meer van weten. Een wetenschapper wil begrijpen hoe het in elkaar zit, hoe het werkt, waarom het zo werkt. Als hij er dan een idee van heeft gekregen, wil hij dat controleren. Heeft hij een waarheid gevonden of alleen maar een toevalligheid? Dan begint het testen en verifiëren.
In de medische wetenschap (maar ook hierbuiten) is de manier van werken behoorlijk gedetailleerd vastgelegd in geboden en verboden. Het begint al bij wàt je wilt onderzoeken. Dat moet op zijn minst passen binnen het heersende denkraam, wil je er geld en mankracht voor krijgen. Dat levert misschien wel nieuwe feiten op, maar of het tot nieuwe inzichten leidt, is maar de vraag. Door zich niet buiten de gebaande paden te begeven, levert medisch onderzoek in veel gevallen slechts meer van hetzelfde op.

De medische wetenschap bepaalt de regels van het spel en heeft al meermalen laten zien dat andere denkwijzen geen voet aan de grond kunnen krijgen. Niet alleen alternatieve geneeswijzen zijn het slachtoffer van de medische maatstaven, ook "buitenissige" hypothesen binnen de reguliere geneeskunde ondervinden veel weerstand. Evenals onderzoeken naar de raakvlakken tussen lichaam en geest buitenbeentjes blijven in de medische professie.

meten met twee maten
Zo kritisch als de medische wetenschap zich opstelt naar andersdenkenden, zo coulant kan het zijn op eigen terrein. Vaccinatie is hiervan een voorbeeld. Onderzoek naar schadelijke effecten van vaccinatie wordt voornamelijk gedaan door de producent zelf en is dus niet onafhankelijk. Het medisch onderzoek naar deze effecten lijkt te lijden aan kortzichtigheid en gezichtsvernauwing. De observatietermijn is erg kort en de effecten die men uitkiest om te bekijken zijn erg krap geselecteerd. Waar je niet aan denkt, dat zie je niet en wat je niet ziet, dat onderzoek je niet.
Lange termijnstudies worden wel gedaan, maar niet in relatie tot vaccinaties. Sinds de invoering van grootschalige vaccinatieprogramma's in de jaren '50 zijn er een aantal nieuwe aandoeningen bij deze generatie opgedoken. Op een handjevol artsen na heeft de medische beroepsgroep, vreemd genoeg, vaccinaties nooit standaard in lange termijn-onderzoekingen opgenomen.
De schaarse medische studies op dit gebied, die binnen de eigen beroepsgroep kennelijk geen ingang vonden, hebben op internet recentelijk voor veel beroering gezorgd. Vaccinatie is een tamelijke vanzelfsprekendheid geworden en bekleedt een beetje de positie van een paradepaardje. De officiële geneeskunde was niet voorbereid op zoveel commotie en de reactie erop blonk niet uit in kennis en gezag.

hand in eigen boezem
Medische behandelmethoden, zeker die in de categorie 'vanzelfsprekendheid' vallen, en ook medisch gedrag worden onvoldoende of helemaal niet geëvalueerd op eventuele negatieve bijwerkingen. Kwaliteit van medische zorg is vooral ingevuld op het gebied van kennis en handelingen en daarin zijn de beroepseisen wel duidelijk. Aangaande genezend gedrag en ondersteunende houding ligt de meetlat vrij laag, omdat hier weinig inhoud aan is gegeven. Vaardigheden op communicatief en contactueel gebied zouden veel meer deel moeten zijn van medisch professioneel werken. Dit geldt ook voor de beroepshouding, zowel binnen de arts-patiënt relatie als in de collegiale sfeer. Hier valt er nog veel te ontwikkelen, te beginnen bij de formulering van de gewenste beroepsvaardigheden en -attitude.
Als er goed uitgewerkte en genuanceerde criteria beschikbaar zijn, kunnen er eisen gesteld worden aan de persoonlijke houding en de psychosociale vaardigheden van de arts. Een noodzakelijke basis hierbij is het ontwikkelen van een positieve leerhouding waarbij zonder vrees onvolkomenheden en fouten geëvalueerd kunnen worden om wezenlijke verbeteringen tot stand te brengen. Dit kan tevens bewerkstelligen dat de geneeskunde de vinger aan de pols blijft houden bij medische uitvindingen (bv. vaccinatie), ongeacht de inburgeringsgraad.


gebakken peren en andere perikelen
De gevestigde geneeskunde lijkt zich, na enkele successen halverwege de 20e eeuw, wat meer te verschansen achter de natuurwetenschappelijke muur. In de 2e helft van de 20e eeuw is er veel kennis en inzicht opgebouwd over de sociale, psychische en spirituele aspecten van het mens-zijn, maar de samenwerking met de menswetenschappen (psychologie, sociologie, filosofie) is nogal losjes en tamelijk vrijblijvend. Integratie vindt niet tot nauwelijks plaats.

Na bijna anderhalve eeuw van 'moderne' geneeskunde en volledige integratie in de maatschappij als gezondheidszorg verschijnen er toch wolken aan de hemel. Op het gebied van traumatologie, chirurgie en intensive care (zie het hoofdstuk "Arts en Ambacht") wordt er, weliswaar tegen een hoge prijs, veel gepresteerd. De technologische hoogstandjes kunnen echter niet meer verhullen dat de geneeskunde in gebreke blijft bij een aantal aandoeningen (waaronder chronische) en een groeiende groep patiënten. Ook als ziekte veroorzakende factor is de geneeskunde in zorgwekkend vaarwater terecht gekomen (iatrogene aandoeningen). Dankzij de natuurwetenschappelijkheid van de geneeskunde zitten we nu toch ook met wat gebakken peren.
Het natuurwetenschappelijk model van de 19e eeuw vertegenwoordigt een manier van kijken, denken en doen. Het is bepalend geweest voor het gezicht van de medische beroepsbeoefening en de gezondheidszorg. Maar het is ook bepalend geweest voor een aantal problemen in de gezondheidszorg.

specialisatie doorgeschoten naar dissociatie
De volledige gerichtheid op de materie leidde tot een onuitputtelijke reeks van analyses. Het begon met het ontleden van het lichaam als geheel, gevolgd door het ontleden van organen en weefsels tot aan cellen en chromosomen. De enorme hoeveelheid kennis die het opleverde, maakte het noodzakelijk om de beroepsuitoefening op te delen in specialisaties en vervolgens superspecialisaties. Men wist steeds méér van steeds kleinere deeltjes. Deze uitvergroting heeft geleid tot een bijna onbeheersbaar complex van processen, mechanismen en factoren. Specialismen zijn uitgegroeid tot volledige vakgebieden met een eigen leven en een eigen bestuur.
Ondanks de gemeenschappelijke basisopleiding is het steeds moeilijker geworden om elkaar deelgenoot te maken. De patiënt wordt in delen onderzocht en behandeld, hobbelt van hot naar her, met als enige houvast de huisarts of de verpleegkundige. Problemen in de communicatie en coördinatie zijn aan de orde van de dag met soms desastreuze gevolgen.

objectiviteit een gevaar voor onvolledigheid
De natuurwetenschappelijke aanpak vereist een objectieve houding van de medicus. Voor een arts-patiënt relatie, waarin veiligheid en vertrouwen voorop staat, is het nodig dat de arts persoonlijk contact maakt. In een sfeer van vertrouwen vertelt de patiënt meer dan het medische verhaal, wat van grote waarde kan zijn voor de diagnostiek. De reguliere arts die selectief moet luisteren en krap in zijn tijd zit, zal de informatie scheiden in bruikbaar en ballast. Voor de patiënt is alles relevant, maar voor de arts kan meer relevant zijn dan hij denkt. Een goede anamnese is nog steeds het halve werk. Veel takt, geduld en een open oor zijn hierin onmisbare vaardigheden die te weinig aan bod komen dan wel getraind worden in de opleiding. Het is wel zo dat de patiënt inmiddels afgericht is op wat de medicus wil horen en zijn eigen voorselectie maakt.
De ziekenhuissituatie leent zich moeilijker voor een gevoelvol arts-patiënt contact dan de huisartspraktijk. De tegenstelling is hier groter. Specialisten zijn dikwijls zakelijker in de omgang, terwijl de patiënt zich in een ziekenhuis kwetsbaarder voelt: een niet vertrouwde omgeving met veel wisselende contacten en een hoop polonaise aan zijn lijf. In hoeverre hier een bevorderende dan wel belemmerende invloed van uitgaat op de genezing is niet aan de orde.

de mens in de medicus
In de natuurwetenschappelijke benadering geldt alleen de ratio, het intellect. In contact met de patiënt is de arts voornamelijk geïnteresseerd in de medische informatie. Maar in een contact vindt meer uitwisseling plaats waarvan we de emotionele component en de lichamelijke aanwezigheid niet moeten onderschatten. Emoties worden misschien niet meer totaal genegeerd, maar op hun waarde geschat worden ze ook niet. De taak van de medicus is voltooid als de symptomen verklaard zijn, de ziekte een naam heeft en (liefst) de oplossing voorhanden is. De patiënt heeft vaak ook behoefte aan medeleven, begrip en nog een boel andere dingen. Eraan voorbijgaan kan de diagnostiek en de behandeling bemoeilijken. Oog en oor hebben voor de persoon in de patiënt doet wonderen en in de houding van de arts liggen hier zowel bevorderende mogelijkheden als een belemmerend optreden. De academisch opgeleide arts heeft de instructie gekregen zijn persoonlijke leven buiten spel te houden. Dit is menselijk onmogelijk en veroorzaakt een verwrongen arts-patiënt relatie waarin de patiënt op slot gaat en de arts informatie mist. De emotionele en sociale zorg voor de patiënt ligt nu grotendeels in handen van de verpleging, waar een stevig genezend effect vanuit kan gaan. Bovendien vangt de verpleging veel nuttige informatie op waar de medicus te weinig gebruik van maakt.


modernisering van de moderne geneeskunde
Er valt veel te verbeteren, niet door op onderdelen de boel wat op te lappen, maar door een grondige revisie. De geneeskunde zou op fundamenteel niveau onder de loep genomen moeten worden. Uitgangspunten, denkwijze, gangbare modellen, toegepaste methoden en in gebruik genomen middelen zouden objectief geëvalueerd moeten worden op medische resultaten en actuele behoeften.
De medische houding en psychosociale vaardigheden zouden in een nieuw licht bekeken moeten worden. Hierbij kan men inspiratie opdoen bij andere disciplines zoals verpleegkunde en maatschappelijk werk. Men kan ook meer gebruik maken van de verworvenheden in een aantal psychotherapeutische stromingen. Dan kan de conservatief geworden geneeskunde weer met recht de titel "moderne geneeskunde" gaan voeren.

februari 2010

 BESCHOUWINGEN

hoofdcat beschouwingen 120

 

 

 

 

geneeskunde
gezondheidszorg
nanogeneeskunde

download geneeskunde

aesculaap

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com