vitd gezondemaat 100pxTe weinig van iets geeft tekortkomingen, maar teveel van iets is levensgevaarlijk. Het is de maat die bepaalt wat je er aan hebt. En zo is het met vit D ook.

 

 

risico op vit D tekort
We kunnen een lijst opstellen van groepen en omstandigheden die een vit D tekort opleveren op basis van fysiologische kennis en blootstelling aan zonlicht. Wie lopen er risico?
•    oude mensen, met name de mensen die in verpleeg- en verzorgingshuizen leven
•    chronisch zieke mensen
•    mensen met overgewicht: hun vetweefsel houdt het opgeslagen vit D gevangen
•    mensen met darmontstekingen: vit D kan niet goed door de darmwand heen
•    mensen met nieraandoeningen: vit D kan niet goed aangemaakt worden
•    zon liefhebbers dik ingesmeerd met zonnebrandcrèmes: blokkeert vit D productie in de huid
•    mensen die nauwelijks buiten komen
•    mensen die wel buiten komen, maar hun huid grotendeels bedekt houden

Ouderen lopen risico op een vit D tekort, omdat hun huid dunner is geworden en daardoor minder vit D kan aanmaken. Ook gaan ze vaker uit de zon, omdat ze er minder goed tegen kunnen. En ouderen in een tehuis zie je vaak nauwelijks meer buiten komen.
In de laatste groep zitten bv. allochtonen. Zij hebben kans om vit D mis te lopen, omdat is gebleken dat zij minder de zon opzoeken en relatief kalkarm eten. We kunnen ook denken aan vrouwen die een nikab dragen, maar zelfs mensen die buiten werken en alleen het gezicht onbedekt hebben kunnen een vit D tekort oplopen. Mensen met een donkere huidskleur maken minder vit  D aan. In de tropen of subtropen is dat niet direct een probleem, maar in de noordelijke streken kan het dat wel worden.

risico op vit D vergiftiging
Artsen en voedingsdeskundigen wijzen er al jarenlang op dat de vet oplosbare vitaminen (A, D, E en K) zich kunnen stapelen in ons vetweefsel. We kunnen er dus te veel van krijgen, in tegenstelling tot de water oplosbare vitaminen (B en C), die we makkelijk kunnen uitplassen als er teveel van dreigt te komen. Maar hoeveel is teveel? De nieuwste onderzoeken tonen aan dat we meer vit D kunnen en moeten hebben dan gedacht. Sterker nog: je moet het echt heel bont maken wil je teveel vit D in je lijf krijgen. We hebben kennelijk al die tijd op een laag pitje gezeten en dat blijkt nu te weinig om op de lange termijn gezond te blijven. Een aantal chronische ziekten zijn eigenlijk gebreksziekten volgens de orthomoleculaire geneeskunde. We kunnen daarom beter onderzoeken waar de grenzen liggen in plaats van uit angst voor teveel te weinig aan te bevelen.

symptomen
Als je echt teveel vit D in je lichaam hebt, dan komt er teveel calcium in je bloed. Dan moet je wel enkele maanden meer dan 250 mcg (10.000IE) per dag vit D binnen krijgen. Je darmwand maakt dan overuren, omdat er steeds calcium doorheen gejaagd wordt. En het kalk wordt uit je botten weg gehaald. Het teveel aan calcium in je bloed willen je nieren weer uitplassen.
•    je maag-darmkanaal protesteert met misselijkheid, braken en geen eetlust
•    je nieren reageren met veel plassen en daardoor krijg je veel dorst
•    je spieren reageren met slapte
•    je botten reageren met gewrichtspijnen

de zon: weldoener of boosdoener?
Ons land ligt in de gematigde streken op de aardbol en een kans op vit D tekort is hier veel groter dan in de tropen of subtropen. Om tot een gezonde eigen aanmaak van vit D te komen bevelen we een goede portie zonlicht aan. Als het zonlicht verstek laat gaan, moeten we de vit D inname aanvullen met voeding en supplementen. Maar we worden al jarenlang gewaarschuwd voor de zon, omdat we er huidkanker van kunnen krijgen. Wat nu? Zoals met veel dingen geldt ook hier: de middenweg. Niet te veel en niet te weinig. Dat geldt ook voor het smeren van zonnebrandcrèmes.

UV-licht en UV-licht
De ultraviolette bandbreedte in de zonnestralen is verantwoordelijk voor zowel de vit D productie als de ontsporing van de huidcellen die tot huidkanker kan leiden. Maar het zijn wel verschillende frequenties. Men heeft ze UV-A en UV-B genoemd. De UV-A frequentie maakt ons mooi bruin, maar bij teveel of te intens beschadigt het onze huidcellen. De UV-B frequentie zet onze huid aan tot vit D productie, maar kan onze huid doen verbranden. De UV-straling heeft dus zowel een beschadigende als een beschermende werking. Het lastige is dat zonnebrandcrèmes vooral de beschermende UV-B straling tegenhoudt, terwijl we die juist nodig hebben voor de vit D productie. Ze houden nauwelijks de UV-A straling tegen. We kunnen ons dus afvragen hoeveel bescherming we er eigenlijk van hebben.
Verstandig zonnen is de beste aanpak. Zoals gezegd: Niet te lang, niet te veel, niet te vaak en mijdt het heetst van de dag (zo tussen 12 en 15u).

aanbevolen hoeveelheden
Het maakt verschil of je jong of oud bent. Er zijn dus verschillende daghoeveelheden voor de verschillende leeftijdsgroepen. En het maakt verschil of je voldoende buiten komt. Waar het op neer komt is dat de officiële richtlijnen aan de lage kant zijn. De gemiddelde dagdoseringen voor kinderen en volwassenen liggen rond de 10 mcg (=400 IE) als je een donkere huid hebt of niet genoeg buiten komt. Vanaf 70 jaar is het wat meer: 20 mcg (=800 IE). De omrekenfactor gaat als volgt: 1 mcg = 40 IE.
De nieuwe, maar nog niet officiële aanbevelingen komen uit op tenminste 50 mcg per dag, dat is 2000 IE. De tabel hieronder geeft een indruk.

 

leeftijdsgroepen   de officiële normen   de nieuwe normen
volwassenen 19-50 jr   10 mcg/dag   50 mcg/dag
volwassenen 50-70 jr   10 mcg/dag   50 mcg/dag
ouderen vanaf 70 jr   20 mcg/dag   50 mcg/dag

 

Vanaf 50 jaar wordt officieel voor vrouwen 10 mcg extra geadviseerd, vandaar de 2 getallen. Op de site van het voedingscentrum staat een uitgebreide tabel voor alle leeftijden.
Om een idee te geven hoeveel vit D er in de voeding zit: vette vis levert 7-25 mcg/100 gram, in haring zit 15 mcg, eieren leveren 3 mcg/100 gram en margarine wordt aangevuld tot maximaal 7,5 mcg/100 gram.

vit D status
Met vit D status bedoelen we de hoeveelheid vit D in ons bloed. In het laboratorium meet men aan de hand van standaardwaarden of je teveel of te weinig vit D hebt. Het gehalte wordt bepaald via de hoeveelheid calcidiol (niet calcitriol), omdat dit de meest betrouwbare informatie geeft. En ook hierover bestaat (natuurlijk) verschil van mening tussen de officiële instanties en de vit D onderzoekers.
De Gezondheidsraad is voorzichtig en baseert zich voornamelijk op het voorkomen van een vit D gebrek (rachitis en osteomalacie). Men noemt dit de calcemische functie van vit D. De nieuw ontdekte relatie van vit D met tal van chronische aandoeningen wil de Gezondheidsraad nog niet doorrekenen in aangepaste meetwaarden en aanbevolen daginname (ADH). In geval je met vit D bepalingen te maken krijgt, kan je met behulp van de onderstaande tabel zelf meedenken. De nieuwe vit D status ligt rond de 80 nmol/l.

 

vit D gehalte   diagnose   officiële normen   nieuwe normen (1) nieuwe normen (2)
echt gebrek   deficiëntie   0 - 12,5 nmol/l   0 - 12,5 nmol/l < 25 nmol/l
tekort   insufficiëntie   -   12,5 - 50 nmol/l 25 - 50 nmol/l
krap   hypovitaminose   -   50 - 100 nmol/l 50 - 80 nmol/l
voldoende   optimaal   30 - 50 nmol/l   100 - 250 nmol/l > 80 nmol/l
teveel   hypervitaminose   > 200 nmol/l   > 250 nmol/l > 250 nmol/l

 

Nieuwe normen (1) zijn ontleend aan The Nutrition Society en te vinden in het Ned. Tijdschrift voor Klinische Chemie en Laboratoriumgeneeskunde (zie Literatuur). Dit schema vind je ook op de website van de arts Beunk (zie Literatuur).
Nieuwe normen (2) komen uit het boek van Gert Schuitemaker (zie Literatuur) en zijn ontleend aan het Universitair Medisch Centrum Groningen.

februari 2012 

Ga naar boven
JSN Boot template designed by JoomlaShine.com